We zien wel dat dagen voorbij gaan en dat er geen teruggrijpen is. We nemen ons voor om opnieuw te leven van herinneringen. We turen in de verte, zoekend naar wat er echt toe doet, zonder onszelf te verspillen.
Maar zijn we ooit meer dan jonge honden, rennend achter een opwaaiend blad?
Soms blijft de wind wel liggen, of lukt het om beschutting te vinden. De warmte van een koffiemok tussen beide handpalmen. Dan fluistert de tafel en luistert het blad.
We zien wel dat de ene dag de andere niet is. En ook: dat een kind soms moet wijken op een vrolijke dag. En dan fluistert de wind, er is kletsende regen, er zijn pratende krekels, en vogels die we hoorden. Maar wij luisteren veelal alleen maar naar woorden.
