Eergisteren, ik lag al in bed, legde mijn boek weg om me toch nog even aan mijn telefoon te bezondigen. In mijn mailbox lag het blijmakende nieuws dat mijn film door de jury als winnaar in de categorie animatie was uitgekozen.
De kinderen van Papageno in Evere zijn echte filmmakers! Het zijn ook goede samenwerkers, en ze barsten van fantasie. Dat zie je duidelijk aan de filmpjes die zij afgelopen weken maakten. Hieronder een kleine compilatie:
In de afgelopen maand werd ik twee maal geselecteerd voor een festival. Maar ik kreeg ook een aantal afwijzingen. Ik ben me helemaal bewust van de groeicurve die ik nog te maken heb, daarom vind ik dat ook niet ontmoedigend. Wat ik altijd aan mijn cursisten zeg, probeer ik zelf toe te passen: Wacht niet tot het perfect is om alvast naar buiten te komen met je werk.
Een van de festivals was zo fantastisch om me feedback te geven en uit te leggen waarom ik niet geselecteerd werd. De mail begon met een stuk dat me deed zweven:
A deeply personal and intimate piece of filmmaking that thrives on its unique, analog sensibility. The colour palette is particularly effective, creating a soft, cohesive visual world that feels as hand-crafted as the director’s background in illustration suggests. The “simple means” mentioned in the director’s statement have led to some truly creative, unconventional animation techniques that give the film a distinct personality. These idiosyncratic solutions are where the film is at its strongest, offering a refreshing departure from more polished, digital animation.
Wat daarop volgde deed me weer zachtjes neerkomen. Er werd gewezen op het geluid: zowel piano als voice over zijn te dominant. En de afwezigheid van foley is een gemiste kans. Ik was me ervan bewust dat het geluid nog niet goed is, maar kon er de vinger niet op leggen. Deze feedback vind ik zeer helpend.
Verder werd er ook als tip gegeven om minder stills te gebruiken (beelden die niet bewegen). En ook daar kan ik me in vinden. Zoals ik werk is het ondoenbaar om naar vloeiende beweging te streven, maar minder stilstand zou echt vooruitgang zijn, dus daar gaan we voor.
Tenslotte vond het festival ook dat het verteltempo te traag is. Daar kan ik me dan weer niet in vinden. Misschien hebben ze gelijk, maar zo voel ik het (nog) niet. En omdat het mijn films zijn, beslis ik om daar (voorlopig) , niets aan te veranderen.
Voor mijn raam hangt een nestkastje waarin een pimpelmees haar nestje bouwt. Haar werk is belangrijker dan het mijne, maar ik geniet er evenzeer van.
Hoewel ik graag intuïtief werk, kwam er nu meer structuur aan te pas om een nieuw project op te starten. De reden daarvoor is dat ik eerst een aanvraag deed voor projectfinanciering. Ook deze keer wordt het een zeer low-budget film, maar ik zou het geluid naar een hoger niveau willen tillen, en ik vond een professional die me daarbij kan helpen. Daarnaast zou ik ook enkele verplaatsingen willen maken om te fotograferen. Om tot een dossier te komen moest ik het project vooraf goed overdenken, en ik merkte dat dat ook heel interessant is.
In mijn volgende film zou ik in gesprek willen gaan met jongere en oudere versies van mezelf. Niet om het over mij te hebben, maar om na te denken over verschillende generaties en cruciale fases in het leven. Gisteren werkte ik een zeer voorlopige, nog niet ondertitelde, versie van het eerste gesprek af.
Hierna zal ik even meegaan met de 25 jaar jongere persoon, waarvan de biologische klok onverwacht maar intens begint te tikken. Ik post hieronder al een uitgeschreven scène (want ook in deze film wil ik graag vanuit tekst beginnen).
“Ik druk de eerste pil uit de strip, en opnieuw komt het in me op om het te vergeten. Per ongeluk, voor expres. Wat zou er gebeuren als ik zwanger werd? Eerst komt er een dramatische scène in me op. Onmiddellijk gevolgd door de vraag: Waarom niet? We zijn al jaren een koppel, we hebben een huis, we werken,… Omdat je met twee moet zijn om dat te willen, en het eigenlijk nooit echt ter sprake kwam. Wij zijn dat koppel dat een leven te vullen heeft met andere dingen. Maar mijn buik spreekt dat tegen.”
Dit weekend was ik bij mijn kinderen om mijn spullen in de kelder op te ruimen. Ik vond er een verhuisdoos vol met publicaties. Teksten allerhande die ooit gepubliceerd werden in literaire of educatieve tijdschriften. Ik voelde geen trots bij het zien ervan, wat ik voelde was eerder iets als schaamte. Over al die rommel die ik veroorzaakt had. En wat moest ik ermee? In mijn tiny house is geen plaats, en ik heb geen auto om het te vervoeren (en ook weer schaamte omdat ik wel een rijbewijs heb, terwijl ik niet durf te rijden).
Ik deed alles bij het oud papier, uiteindelijk zou er niemand gelukkig worden van die doos. En leven gaat lichter zonder volle dozen. Het deed me wel nadenken. Voor elk van die publicaties heb ik hard gewerkt, ik wou het ook zo graag, maar ik had geen groter plan. Ik denk dat ik nu oud genoeg ben om dat inzicht te hebben, en jong genoeg om vooralsnog een groter plan uit te werken.
En dus neem ik me voor om te focussen. Om me niet meer (te vaak) te laten afleiden door de snelle voldoening van facebooklikes, maar om te werken aan iets dat groot genoeg is en ver genoeg reikt. Mijn concrete plan ga ik hier niet uitsmeren, maar komende twee jaar zou ik in één richting willen denken. Met af en toe een uitschietertje, zoals dat gaat in het leven.
Afgelopen week waren we enkele dagen in Brussel. Om het Anima Filmfestival te bezoeken, en omdat ik jarig was (op je 52ste weet je eigenlijk niet veel meer dan op je 25ste – dus kon ik net zo goed 52 worden).
We zagen zes kortfilms van Belgische studenten. Verfrissend om te zien. Hoewel de kwaliteit hoog was, vond ik niet alles even sterk. Maar het was zeer duidelijk dat zoiets heel persoonlijk is, want mijn vriend had andere voorkeuren dan ik. Ik merk dat authenticiteit en maken vanuit een echte drang, zichtbaar is, en ik vind het mooier dan wat dan ook. Ik realiseer me wel dat het niet zo simpel is om als student echt vanuit de buik te creëren, er is tijdsdruk en vaak ook een opdracht.
Dan zagen we ook de langspeelfilm “La mort n’existe pas”. Mijn vriend vond het geweldig en ik begreep er niets van. Hij is wel altijd veel meer geëngageerd geweest dan ik, en daar ging de film wel over. Ik hield ook niet van de tekenstijl en mijn vriend wel. Zo hard verschillen smaken dus.
Verder zagen we zes kortfilms van Belgische professionals in internationale competitie. Over het algemeen vond ik deze films sterker dan de studentenfilms, en dat lag waarschijnlijk aan de drijfveer van de makers. Het viel op dat professionals meestal met een heel team samenwerken. En het feit dat iemand alleen werkt, wekt bij mij toch meer sympathie (wellicht door die authenticiteit – het kan ook zijn dat ik dat nu nog verkeerd zie omdat ik nog maar weinig vertrouwd ben met teamwork in animatie).
Morgen ga ik nog eens naar het festival, deze keer samen met zoon Maano. Zijn teaser Abra-Cat-Abra zal dan getoond worden. Die duurt maar 24 seconden, maar is wel steengoed!
Gisteren kreeg ik het fijne nieuws dat mijn kortfilm Coline et Manuel werd geselecteerd voor het Belgium International Filmfestival. Een microbenstapje voor de mensheid, maar voor mij is dit echt motiverend!
Vandaag schijnt te zon, ik heb een thuiswerkdagje. En god, wat ga ik werken 🙂 Veel zin om mijn kleine stemmetje te laten horen.
Dit weekend gingen we naar het Anima Filmfestival. Wat wordt er veel gemaakt! Wat wordt er veel moois gemaakt! Dus: Waarom zou ik dat niet mogen doen?